Nationale Transportgids

NTG Tram

Er rijden trams in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht. Ze rijden in deze grote steden omdat ze geschikt zijn voor het vervoeren van grote aantallen reizigers. Met minder reizigers is een bus afdoende.

Verkeersveiligheid trams
Over de periode 2000 tot en met 2007 is het aantal tramongelukken met 45% gedaald. In het merendeel van deze ongevallen was er alleen materiële schade. Het aantal gewonden nam in deze periode af met 22%.

Meer informatie: brief aan de Tweede Kamer over veiligheid stadstrams

Hoe ontstaan ongelukken?
Uit onderzoek blijkt dat het meestal niet de snelheid van de tram is die ongelukken veroorzaakt. Ongevallen ontstaan door:

  • verkeersdeelnemers die niet opletten;
  • verkeersdeelnemers die verkeersregels negeren;
  • verkeersdeelnemers die niet bekend zijn met de voorrangsregels van de tram, de inrichting van de trambaan en omgeving;
  • het verkeersgedrag van de trambestuurder.

Verantwoordelijkheid
De provincies en stadsregio's zijn verantwoordelijk voor het tramvervoer in hun regio. Zij kiezen het vervoerbedrijf dat het vervoer gaat verzorgen en kunnen voorwaarden stellen voor de dienstregeling. Alleen voor interlokale tramlijnen, tramverbindingen tussen verschillende steden, heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu een rol. De Inspectie Verkeer en Waterstaat moet daarvoor een vergunning afgeven.

Ook voor de veiligheid van trams zijn provincies en stadsregio's verantwoordelijk, behalve bij interlokale tramlijnen:

  • De Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) houdt toezicht op de veiligheid van de interlokale tramlijnen Den Haag-Delft, Utrecht-Nieuwegein, Amsterdam-Amstelveen en RandstadRail buiten het tramnet van Den Haag.
  • De IVW houdt geen toezicht op de stadstrams en lijnen die als stadslijn gelden, zoals de tramverbinding Rotterdam-Schiedam/Vlaardingen.

 

NTG Personenvervoer Informatie

NTG Nieuwsoverzicht Personenvervoer