BOVAG: Auto’s duurder door aanpassing BPM-systeem

Het moment waarop de hoogte van de BPM bepaald wordt én het moment waarop de BPM door de importeur/dealer betaald moet worden aan de fiscus, valt vanaf volgend jaar samen met het moment van eerste registratie van de nieuwe auto. Door deze aanpassing kan een nieuwe benzineauto gemiddeld zo’n 1.000 euro duurder worden en een diesel zelfs 2.000 euro. Dit meldt BOVAG. 

Op dit moment wordt de hoogte van de BPM (voorlopig) vastgesteld bij kentekenregistratie en wordt de BPM definitief vastgesteld en afgedragen op het moment van het tenaamstellen van de auto.

Doorlopende post

Omdat de BPM-afdracht aan de Belastingdienst momenteel heel dicht bij aflevering van de auto aan de klant ligt, redeneert de Belastingdienst dat een autobedrijf de BPM namens de klant afdraagt (doorlopende post). Daardoor hoeft er geen btw over die BPM betaald worden.

In de nieuwe situatie is er geen sprake meer van een doorlopende post en zou men dus ook btw over de BPM moeten gaan betalen. Belasting op belasting dus. Dat komt neer op tussen de 1.000 euro en 2.000 euro bovenop de prijs van een nieuwe auto. Bij campers liggen die bedragen nog veel hoger. Daar zit zo maar 50.000 euro BPM op, wat zou leiden tot 10.000 euro btw extra.

Ongewenste effect

BOVAG zal de Belastingdienst, het Ministerie van Financiën en politiek wijzen op dit ongewenste effect en vragen om - linksom of rechtsom - te voorkomen dat autokopers belasting op belasting moeten betalen. Autobelastingen behoren in Nederland immers al tot de allerhoogste in Europa.

De aanpassing van het BPM-moment gaat volgens het Belastingplan in per 1 juli 2021 of op 1 januari 2022.

Door: Nationale Transportgids