Extra budget ProRail voor aanpak trillingshinder langs het spoor

ProRail krijgt extra geld van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor het zoeken naar slimme en betaalbare oplossingen om de overlast van trillingen langs het spoor tegen te gaan. Dat schrijft staatssecretaris Stientje van Veldhoven dinsdag 17 november in een brief aan de Tweede Kamer. De staatsecretaris erkent dat omwonenden overlast kunnen ervaren, maar waarschuwt dat het zoeken naar geschikte oplossingen tijd kost. Dit meldt ProRail.

 

Het ministerie stelt in totaal twintig miljoen euro beschikbaar. Dat geld gaat naar het testen van maatregelen en het verkennen van nieuwe, kansrijke uitvindingen.

Stroomversnelling

Ans Rietstra, directeur operatie van ProRail: “De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de nood bij omwonenden langs het spoor soms heel hoog is. Zij hebben veelvuldig aan de bel getrokken en er mede voor gezorgd dat het zoeken naar betaalbare en uitvoerbare maatregelen in een stroomversnelling is geraakt. We zijn dan ook heel blij dat het ministerie extra geld vrijmaakt voor het doen van praktijkproeven en meer onderzoek. Samen met onze partners zoals reizigers- en goederenvervoerders, lokale en regionale overheden gaan we hier graag mee aan de slag.”

Railpads en ballastmatten

De staatssecretaris maakt twaalf miljoen euro vrij voor het doen van praktijkproeven. Daaronder valt ook de reeds lopende test in Oisterwijk met Under Sleeper Pads, een soort rubberen kussens onder de dwarsliggers. Daarnaast trekt het ministerie acht miljoen euro uit om onderzoek te doen naar nieuwe, kansrijke uitvindingen. Hieronder vallen bijvoorbeeld alternatieve railpads, ballastmatten, het verstijven van sporen middels een zogeheten railframe en het toepassen van een soort schuim in het ballastbed.

Allemaal maatregelen die ProRail nader wil verkennen om in de toekomst mogelijk praktijkproeven mee te doen op diverse locaties in Nederland. In de onderzoeken werkt ProRail samen met wetenschappelijke instituties zoals TNO en de Technische Universiteit Delft.

Door: Nationale Transportgids