NTG Regels vanaf 2012

De wetgeving rond het Basisnet gaat in 2012 in en bestaat uit een aantal onderdelen.

Risicoberekening
Voor het berekenen van de risico’s is gebruikgemaakt van de Uitgangspunten Risicoberekeningen Basisnet Spoor versie 10 en het programma RBMII.

Risicoplafonds
Voor elk traject op het Basisnet zijn risicoplafonds vastgesteld die vanaf 2012 als maximum gelden. De risicoplafonds verschillen per onderdeel van het Basisnet. Dit komt onder meer door variaties in bouwdichtheid: rond het ene deel van het Basisnet bevindt zich meer bebouwing dan rond het andere deel. Bovendien geldt dat sommige spoorlijnen een bovengemiddeld aandeel van gevaarlijke stoffenvervoer te verwerken krijgen. Dit geldt bijvoorbeeld voor Dordrecht. Door deze stad lopen gevaarlijke stoffenroutes waarvoor geen alternatief bestaat.
 
Er zijn 2 soorten risico’s die samen het plafond bepalen: groepsrisico en plaatsgebonden risico.
 
Groepsrisico's
Het groepsrisico is vooral van toepassing in gebieden waar veel mensen dicht bij het spoor wonen of werken. Het gaat hier om het risico dat een groep mensen (10 of meer) om het leven komt door een ongeluk met een trein die gevaarlijke stoffen vervoert.

Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een getal. Voor het groepsrisico geldt geen wettelijke norm (grenswaarde), maar een streven om niet boven een bepaalde waarde (de zogenaamde oriëntatiewaarde) uit te komen. Het groepsrisico is afhankelijk van de dichtheid van de bevolking langs het spoor en de omvang en de soorten stoffen die over die spoorlijn worden vervoerd. Voor het jaar 2020 is berekend op welke locaties de oriëntatiewaarde wordt overschreden en hoe groot die overschrijding dan zal zijn.

Op 2 kaarten wordt dit, aan de hand van vlaggetjes met daarin een getal, in beeld gebracht:

  • Berekend Groepsrisico Noord-Nederland 2020
  •  Berekend Groepsrisico Zuid-Nederland 2020

Plaatsgebonden risico's
Het andere risico waarvoor een plafond gaat gelden, is het plaatsgebonden risico. Bij het plaatsgebonden risico gaat het om het gevaar dat een individu die zich op een bepaalde afstand van de spoorlijn bevindt, loopt. Een persoon die vlak naast de spoorlijn staat, loopt een groter risico om te overlijden door een ongeluk met een trein die gevaarlijke stoffen vervoert dan iemand die verder weg staat.

Voor het plaatsgebonden risico geldt wel een wettelijke norm (grenswaarde): de kans dat een individu overlijdt door een ongeluk mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. In de zone langs het spoor waar het risico groter is dan deze grenswaarde (de veiligheidszone), mogen geen zogenoemde kwetsbare objecten staan. Hieronder vallen onder meer:

  • (de meeste) woningen
  • scholen 
  • kinderdagverblijven 
  • ziekenhuizen 
  • bejaardenhuizen 
  • (dagopvang)instellingen voor gehandicapten 
  • kampeer- en andere recreatieterreinen

Het plaatsgebonden risico is niet voor alle spoorlijnen gelijk. Het ligt voor de hand dat op spoorlijnen waar veel gevaarlijke stoffen over worden vervoerd, het plaatsgebonden risico groter is. De veiligheidszone langs die spoorlijn is dan ook breder. Voor het jaar 2020 is berekend hoe breed die veiligheidszones (uitgedrukt in meters vanaf het midden van het spoor) zullen zijn. Hierbij is uitgegaan van de verwachte hoeveelheid vervoer.

Plasbrandaandachtsgebieden
Langs spoorlijnen waarover veel wagons met brandbare vloeistoffen worden vervoerd, komen zogenaamde plasbrandaandachtsgebieden (PAG’s). Deze gebieden zijn extra kwetsbaar voor ongelukken waarbij deze wagons omvallen. De inhoud kan dan weglekken en in brand raken.

Een PAG komt overeen met een zone van 30 meter, gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf. Voor die zone gelden aanvullende bouwvoorschriften.

Transportstromen
Voor het jaar 2020 is berekend hoeveel wagons met gevaarlijke stoffen er in dat jaar zullen passeren over de verschillende spoorlijnen. Hierbij is een onderscheid gemaakt naar verschillende soorten gevaarlijke stoffen. Voor iedere stofcategorie is in kaart gebracht hoeveel wagons er dat jaar maximaal over het Basisnet spoor zullen rijden.

De aantallen die in de kaarten worden genoemd, zijn de aantallen ketelwagens. Containers worden gerekend als een halve ketelwagen.

                                         

NTG Goederentransport Informatie

NTG Nieuwsoverzicht Goederentransport