NTG Bemanningssterkte binnenvaart

Op binnenschepen moet voldoende bemanning aanwezig zijn om veilig te kunnen varen. Ook aan de kwalificatie van die bemanning stelt de wet eisen.

Tabellen per scheepstype
Hoeveel bemanningsleden op een schip aanwezig moeten zijn en welke functie zij minimaal moeten hebben, is afhankelijk van het scheepstype, de scheepsgrootte en de exploitatievorm. Het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 geeft 3 tabellen waarin staat aangeven hoeveel personeel en van welke kwalificatie op een schip aanwezig moeten zijn als het in bedrijf is. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende scheepstypen:

De tabellen maken onderscheid tussen de exploitatiewijze en de technische standaard van het schip.

Exploitatiewijze
De exploitatiewijze geeft aan hoeveel uur het schip per etmaal in gebruik is. Er zijn 3 verschillende exploitatiewijzen:

  • A1: vaart ten hoogste 14 uur binnen een tijdvak van 24 uur
  • A2: vaart ten hoogste 18 uur binnen een tijdvak van 24 uur 
  • B: vaart ten hoogste 24 uur binnen een tijdvak van 24 uur

Technische standaard van een binnenvaartschip
Bij de technische standaard van het schip gaat het om de instrumenten en voorzieningen die op het schip zijn aangebracht. Als een schipper bijvoorbeeld niet handmatig de trossen hoeft in te halen, wordt het makkelijker het schip te besturen. Daarbij worden 2 klassen onderscheiden:

  • De standaard S1
  • De standaard S2      

Wat deze standaarden precies inhouden is te vinden in het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995.

Uitzonderingen en ontheffing bemanningssterkte

Er zijn een aantal uitzonderingen op de regels voor de minimale bemanningssterkte. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om bunkerschepen die slechts kleine afstanden afleggen.

Heel soms is het mogelijk om ontheffing te krijgen van de regels voor het minimale aantal bemanningsleden. Schippers kunnen die ontheffing aanvragen bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

NTG Goederentransport Informatie

NTG Nieuwsoverzicht Goederentransport